-
1 afbakenen
-
2 onderscheiden
adj. distinct, several, discriminative, discriminatory, diverse, divers, manifold--------v. distinguish, discriminate, discern, difference, differentiate, make out, mark out, mark off, mark, tell apart, know, tell -
3 afbakenen
v. mark out, define, demarcate, peg out; locate, trace; lay off -
4 afpalen
♦voorbeelden: -
5 traceren
1 [weg- en waterbouw] trace/mark out3 [nasporen] trace -
6 afschrijven
• to depreciate• to mark out• to scribe• to write off -
7 afperken
1 stake/peg/mark out ⇒ demarcate, 〈 omheinen〉 fence in/off/up, 〈 figuurlijk〉 delineate, 〈 figuurlijk〉 define♦voorbeelden: -
8 uitzetten
2 [uitspreiden] spread (out)3 [verspreid zetten] set/spread (out)4 [op interest zetten] place, put out5 [buiten werking stellen] switch/turn off♦voorbeelden:1 ongewenste vreemdelingen uitzetten • deport/expel undesirable aliens3 planten uitzetten • put plants out, plant seedlings outschildwachten uitzetten • post sentries/guards5 het gas uitzetten • switch/turn the gas off6 een koers uitzetten • plot/chart a course♦voorbeelden: -
9 weg
weg1〈de〉4 [doortocht] way♦voorbeelden:de grote weg • the main road, the motorwayeen kortere weg nemen • take a short cutopenbare weg • public highway/roadop de rechte/goede/verkeerde weg zijn • be on the right/wrong trackeen weg aanleggen • build a roadde weg afsnijden voor (onderhandelingen) • shut the door on (negotiations)de weg effenen voor iemand • pave the way for someonezijn eigen weg gaan • go one's own wayde weg weten • know the wayiemand de weg wijzen • show someone the wayaan de weg naar Delft • on the road to Delftflink aan de weg timmeren • be busy creating a distinct profile for oneselfzich op weg begeven • set/start outop weg gaan • set off (on a trip), set out (for), godat is de kortste/zekerste weg • that is the quickest/surest waylangs deze onsympathieke weg • even though I don't like this meanszich van slinkse wegen bedienen, slinkse wegen gaan • use devious ways and meansnieuwe wegen openen voor de handel • open new channels for tradenog een lange weg voor zich hebben/te gaan hebben • have a long way to go4 iemand de weg afsnijden • cut someone off, block someone's wayzich een weg banen • work/edge one's way through; 〈 met meer kracht〉 force/fight one's way through; 〈 in de wereld〉 carve one's (own) way (in the world)met zijn tijd/geld geen weg weten • not know what to do with one's time/money(iemand) in de weg staan • stand in someone's/the wayiemand iets in de weg leggen • put something in someone's way(voor) iemand uit de weg gaan • keep/get out of someone's way, avoid someoneproblemen uit de weg ruimen • get rid of/eliminate problemsiemand uit de weg ruimen • eliminate someone, get rid of someoneeen misverstand uit de weg helpen • clear up a misunderstanding————————weg2〈 bijwoord〉1 [afwezig; niet te vinden] gone2 [verrukt] crazy3 [verwijderd] away♦voorbeelden:de sleutel/de pijn/haar geld is weg • the key/pain/money is goneweg wezen! • 〈 plaats buiten〉 (let's) get away from here!; 〈 plaats binnen〉 (let's) get out of here!weg met … • away/down with …het heeft er veel van weg dat hij het met opzet deed • it looks very much as if he did it on purpose -
10 afschrijven
1 [afboeken] debit2 [schriftelijk afzeggen] cancel3 [uit het hoofd zetten] write off4 [afpennen] do a lot of writing6 [schrappen] write off7 [zich schrijvend ontdoen van] write out of one's system8 [bouwkunst] mark off/out♦voorbeelden:een vergadering afschrijven • cancel a meetingwe hadden haar al afgeschreven • we had already written her off -
11 afsteken
1 [sterk uitkomen] stand out♦voorbeelden:die fabrieken steken lelijk af tegen het landschap • the factories stick out like a sore thumb against the landscapeII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [doen ontbranden/afgaan] let off2 [uitspreken] deliver3 [door steken verwijderen] cut off/away4 [afbakenen] mark off/out♦voorbeelden:2 een speech afsteken • deliver/make a speecheen heideveld afsteken • remove the turf -
12 aftekenen
4 [aantekenen op een kaart] register, record♦voorbeelden:II 〈wederkerend werkwoord; zich aftekenen〉♦voorbeelden: -
13 uitdenken
♦voorbeelden:een goed uitgedacht plan • a carefully thought-out plan -
14 maat
I 〈de〉2 [eenheid] measure3 [gematigdheid] moderation♦voorbeelden:in belangrijke mate • to a considerable extentin niet geringe mate • to no small extent/degreeextra grote maten • outsizesin hoge mate • greatly, highly, to a great degree, to a large extentincourante maten • off-sizesin meerdere of mindere mate • to a greater or lesser extentin ruime mate • in great measurein toenemende mate • increasingly, more and morein voldoende mate • sufficientlyin welke mate …? • to what extent/degree …?in zekere mate • to a certain extent/degreede maat van iets bepalen/nemen • measure something, take the measurements of somethingmaat elf hebben/dragen • take/wear (a) size elevenwelke maat hebt u? • what size do you take?iemand de maat nemen • take someone's measure(ments)neem maar een maat groter • try a size bigger/larger〈 figuurlijk〉 onder de maat blijven • not come up to scratch/expectationsiets op maat snijden/zagen • cut/saw (down) to sizematen voor droge en natte waren • dry and liquid measureszij weten geen maat te houden • they don't know where to draw the linealles met mate • everything in moderation(geen) maat kunnen houden • be (un)able to keep time〈 figuurlijk〉 in/uit de maat lopen • march in time/out of time, (not) keep stepop de maat van de muziek dansen • dance to the (beat of the) musictegen de maat in • against the beatuit de maat zijn • be off one's stroke, be out of timeII 〈 de (mannelijk)〉 -
15 vlek
I 〈 het〉II 〈de〉2 [door slaan/ziekte/insectenbeten ontstane plek] spot ⇒ mark, 〈 blauwe plek〉 bruise, 〈 huidvlek〉 blemish, blotch 〈 door ziekte, koorts〉♦voorbeelden:1 die vlek gaat er in de was wel uit • that spot will wash out/will come out in the washinkt maakt gemakkelijk vlekken • ink smudges easilyeen blinde vlek voor iets hebben • have a blind spot for something -
16 aangeven
♦voorbeelden:de trein vertrok op de aangegeven tijd • the train left on timetenzij anders aangegeven • except where otherwise specified, unless stated otherwisenauwkeurig aangeven • specify (in detail)een geboorte/huwelijk aangeven • register a birth/marriagehebt u nog iets aan te geven? • do you have anything (else) to declare?de dader heeft zichzelf aangegeven • the culprit turned himself inde maat aangeven • beat timekunt u ongeveer aangeven waar het is? • can you indicate approximately where it is? -
17 als ze die allemaal alleen moest nakijken had ze wel dagwerk
als ze die allemaal alleen moest nakijken had ze wel dagwerkif she had to mark all those by herself, she'd have her work cut out (for her)/she'd be at it all dayVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > als ze die allemaal alleen moest nakijken had ze wel dagwerk
-
18 dagwerk
1 [dagelijks werk] (daily) work2 [hoeveelheid arbeid] day's work♦voorbeelden:¶ als ze die allemaal alleen moest nakijken had ze wel dagwerk • if she had to mark all those by herself, she'd have her work cut out (for her)/she'd be at it all day -
19 dik
dik1〈 het〉1 [bezinksel] grounds, dregs2 [dik gedeelte] thick♦voorbeelden:iemand door dik en dun volgen • support someone/stand by someone through thick and thin/fair and foul————————dik24 [opgezet, gezwollen] swollen♦voorbeelden:1 een dik boek • a thick/fat book10 cm dik • 10 cm thickde dikke darm • the large intestineze stonden tien rijen dik • they stood ten (rows) deepeen dikke streep/lijn • a thick/bold stroke/lineeen dikke trui • a thick jumperdik worden • thicken, set, congealdie jurk maakt dik • that dress makes you look fatdik worden • grow fatzij heeft aanleg om dik te worden • she puts on weight easilydik worden • swell (up)¶ dik doen • swank, swagger, boastzich dik maken (over iets) • get worked up (about something)II 〈 bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉♦voorbeelden:een dikke voldoende • a (very) high markdik tevreden (zijn) • (be) well-satisfieddik verdiend • well-earnedhij is dik in de zeventig • he is well into his seventiesdik onder het stof • thick with dustdat komt dik voor elkaar/mekaar • that'll work out finehet er dik bovenop leggen • lay it on thickhet ligt er dik bovenop • it is quite obviousdat zit er dik in • I wouldn't be surpriseddik in iets zitten • have plenty of somethingdikke vrienden zijn • be great/close friendseen dikke mist • thick fog -
20 een stuk land afbakenen
een stuk land afbakenenmark/stake out a piece of landVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een stuk land afbakenen
- 1
- 2
См. также в других словарях:
mark out — index circumscribe (surround by boundary), delimit, demarcate, designate, differentiate, distinguish, indicate, prescribe … Law dictionary
mark out — verb set boundaries to and delimit mark out the territory • Syn: ↑mark off • Hypernyms: ↑restrict, ↑restrain, ↑trammel, ↑limit, ↑bound, ↑ … Useful english dictionary
mark out — phrasal verb [transitive] Word forms mark out : present tense I/you/we/they mark out he/she/it marks out present participle marking out past tense marked out past participle marked out 1) mark out or mark off to show that someone or something is… … English dictionary
mark out — 1) PHRASAL VERB To mark out an area or shape means to show where it begins and ends. [V P n (not pron)] When planting seedlings I prefer to mark out the rows in advance. [Also V n P] 2) PHRASAL VERB If a particular quality or feature marks… … English dictionary
mark out — phr verb Mark out is used with these nouns as the object: ↑territory … Collocations dictionary
mark out a course — index arrange (plan), plan Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
mark out for — index choose Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
To mark out — Mark Mark (m[aum]rk), v. t. [imp. & p. p. {Marked} (m[aum]rkt); p. pr. & vb. n. {Marking}.] [OE. marken, merken, AS. mearcian, from mearc. See {Mark} the sign.] 1. To put a mark upon; to affix a significant mark to; to make recognizable by a… … The Collaborative International Dictionary of English
mark out — restrict; indicate; separate, make a distinction between … English contemporary dictionary
Mark — (m[aum]rk), v. t. [imp. & p. p. {Marked} (m[aum]rkt); p. pr. & vb. n. {Marking}.] [OE. marken, merken, AS. mearcian, from mearc. See {Mark} the sign.] 1. To put a mark upon; to affix a significant mark to; to make recognizable by a mark; as, to… … The Collaborative International Dictionary of English
mark — mark1 [märk] n. [ME < OE mearc, orig., boundary, hence boundary sign, hence sign, akin to Ger mark, boundary, boundary mark, marke, a token, mark < Gmc * marka < IE base * mereĝ , edge, boundary > L margo, MARGIN, OIr mruig,… … English World dictionary